Vertaling van jammer
spijtig
sneu
betreurenswaard
betreurenswaardig {zn.}
jammer
jammer genoeg
tot mijn spijt
tot onze spijt
ongelukkigerwijs {bw.}
treuren
lamenteren
kermen
jeremiëren
jammeren {ww.}
ik jammer
jij jammert
hij/zij/het jammert
ik weeklaag
jij weeklaagt
hij/zij/het weeklaagt
» meer vervoegingen van weeklagen
Voorbeelden in zinsverband
Wat jammer!
Wat jammer!
Wat jammer dat je niet kan dansen!
Wat jammer dat je niet kan dansen!
Jammer genoeg heeft ze al een vaste vriend.
Jammer genoeg heeft ze al een vaste vriend.
Jammer dat ik niet hoef af te vallen.
Jammer dat ik niet hoef af te vallen.
Het is heel jammer dat je vrouw niet kon komen.
Het is heel jammer dat je vrouw niet kon komen.
Het is jammer dat je niet met ons mee kan.
Het is jammer dat je niet met ons mee kan.
Het is jammer dat hij niet met haar kan trouwen.
Het is jammer dat hij niet met haar kan trouwen.
Ik vind het jammer dat ik je niet kan helpen.
Ik vind het jammer dat ik je niet kan helpen.
Het is jammer dat ik niet zo goed Engels begrijp.
Het is jammer dat ik niet zo goed Engels begrijp.
Jammer genoeg is het hotel dat je aanbevolen had compleet volgeboekt.
Jammer genoeg is het hotel dat je aanbevolen had compleet volgeboekt.
Maar weet je, het zou toch jammer zijn om al deze zinnen te verzamelen en voor onszelf te houden, omdat je er zoveel mee kunt doen. Daarom is Tatoeba open. Onze broncode is open. Onze gegevens zijn open.
Maar weet je, het zou toch jammer zijn om al deze zinnen te verzamelen en voor onszelf te houden, omdat je er zoveel mee kunt doen. Daarom is Tatoeba open. Onze broncode is open. Onze gegevens zijn open.