Vertaling van kwijl
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
kwijl {zn.}
kwijl {zn.}
speeksel, zever, kwijl {zn.}
speeksel
zever
kwijl {zn.}
zever
kwijl {zn.}
zeveren, speeksel afscheiden, zabberen, kwijlen {ww.}
zeveren
speeksel afscheiden
zabberen
kwijlen {ww.}
speeksel afscheiden
zabberen
kwijlen {ww.}
ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt
ik zever
jij zevert
hij/zij/het zevert
» meer vervoegingen van zeveren
kwijlen {ww.}
kwijlen {ww.}
ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt
ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt
» meer vervoegingen van kwijlen
kwijlen {ww.}
kwijlen {ww.}
ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt
ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt
» meer vervoegingen van kwijlen