Vertaling van lanceren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lanceren {ww.}
lanceren {ww.}

ik lanceer
jij lanceert
hij/zij/het lanceert

ik lanceer
jij lanceert
hij/zij/het lanceert
» meer vervoegingen van lanceren

van stapel laten lopen, ontketenen, uitschrijven, lanceren {ww.}
van stapel laten lopen
ontketenen
uitschrijven
lanceren {ww.}

ik lanceer
jij lanceert
hij/zij/het lanceert

ik ontketen
jij ontketent
hij/zij/het ontketent
» meer vervoegingen van ontketenen

pousseren, lanceren, verbreiden {ww.}
pousseren
lanceren
verbreiden {ww.}

ik lanceer
jij lanceert
hij/zij/het lanceert

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert
» meer vervoegingen van pousseren

op de markt brengen, beschikbaar maken, lanceren {zn.}
op de markt brengen
beschikbaar maken
lanceren {zn.}