Vertaling van pousseren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
pousseren {ww.}
pousseren {ww.}

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert
» meer vervoegingen van pousseren

pousseren, vooruithelpen {ww.}
pousseren
vooruithelpen {ww.}

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert
» meer vervoegingen van pousseren

pousseren, lanceren, verbreiden {ww.}
pousseren
lanceren
verbreiden {ww.}

ik lanceer
jij lanceert
hij/zij/het lanceert

ik pousseer
jij pousseert
hij/zij/het pousseert
» meer vervoegingen van pousseren



Gerelateerd aan pousseren

vooruithelpen - lanceren - verbreidengerieven - bekendmaken