Vertaling van lebberen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
oplikken, lebberen {ww.}
oplikken
lebberen {ww.}
lebberen {ww.}
ik lebber
jij lebbert
hij/zij/het lebbert
ik lik op
jij likt op
hij/zij/het likt op
» meer vervoegingen van oplikken
slobberen, leppen, lurken, lebberen {ww.}
slobberen
leppen
lurken
lebberen {ww.}
leppen
lurken
lebberen {ww.}
ik lebber
jij lebbert
hij/zij/het lebbert
ik slobber
jij slobbert
hij/zij/het slobbert
» meer vervoegingen van slobberen