Vertaling van leerjaar
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
schooljaar, leerjaar {zn.}
schooljaar
leerjaar {zn.}
leerjaar {zn.}
klas, leerjaar , cursus {zn.}
klas
leerjaar
cursus {zn.}
leerjaar
cursus {zn.}
Ze stond voor de klas.
Ze stond voor de klas.
Ik ben de langste van de klas.
Ik ben de langste van de klas.