Vertaling van cursus
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
leergang, cursus {zn.}
leergang
cursus {zn.}
cursus {zn.}
leergang , cursus {zn.}
leergang
cursus {zn.}
cursus {zn.}
klas, leerjaar , cursus {zn.}
klas
leerjaar
cursus {zn.}
leerjaar
cursus {zn.}
Ze stond voor de klas.
Ze stond voor de klas.
Ik ben de langste van de klas.
Ik ben de langste van de klas.
les , onderwijs , cursus , onderricht {zn.}
les
onderwijs
cursus
onderricht {zn.}
onderwijs
cursus
onderricht {zn.}
Hij geeft les Engels.
Hij geeft les Engels.
Vandaag is er geen les.
Vandaag is er geen les.