Vertaling van onderwijs
onderricht
ontwikkeling {zn.}
onderrichting {zn.}
opvoeden {ww.}
ik onderwijs
jij onderwijst
hij/zij/het onderwijst
ik onderwijs
jij onderwijst
hij/zij/het onderwijst
» meer vervoegingen van onderwijzen
onderwijzen {ww.}
ik leer
jij leert
hij/zij/het leert
ik leer
jij leert
hij/zij/het leert
» meer vervoegingen van leren
onderwijs
cursus
onderricht {zn.}
lesgeven
onderwijzen
onderrichten
doceren {ww.}
ik doceer
jij doceert
hij/zij/het doceert
ik geef
jij geeft
hij/zij/het geeft
» meer vervoegingen van geven
Voorbeelden in zinsverband
Ik vind dat examens het onderwijs verpesten.
Ik vind dat examens het onderwijs verpesten.
De bandrecorder is een handig hulpmiddel in het onderwijs.
De bandrecorder is een handig hulpmiddel in het onderwijs.
Het onderwijs in deze wereld valt me tegen.
Het onderwijs in deze wereld valt me tegen.
Onderwijs, leer of ga weg
Onderwijs, leer of ga weg
Onderwijs bestaat niet alleen uit het leren van grote hoeveelheden feitjes.
Onderwijs bestaat niet alleen uit het leren van grote hoeveelheden feitjes.
Elke keer als ik dat liedje hoor denk ik aan terug aan de dagen in het middelbare onderwijs.
Elke keer als ik dat liedje hoor denk ik aan terug aan de dagen in het middelbare onderwijs.