Vertaling van legeren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
legeren {ww.}
legeren {ww.}

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert
» meer vervoegingen van legeren

legeren {ww.}
legeren {ww.}

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert
» meer vervoegingen van legeren

kamperen, legeren {ww.}
kamperen
legeren {ww.}

ik kampeer
jij kampeert
hij/zij/het kampeert

ik kampeer
jij kampeert
hij/zij/het kampeert
» meer vervoegingen van kamperen

Laten we volgend jaar gaan kamperen.
Laten we volgend jaar gaan kamperen.
Mag ik gaan kamperen met een paar vrienden?
Mag ik gaan kamperen met een paar vrienden?
legeren {ww.}
legeren {ww.}

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert

ik leger
jij legert
hij/zij/het legert
» meer vervoegingen van legeren

vermaken, legeren, legateren {ww.}
vermaken
legeren
legateren {ww.}

ik legateer
jij legateert
hij/zij/het legateert

ik vermaak
jij vermaakt
hij/zij/het vermaakt
» meer vervoegingen van vermaken

Raúl kan zich zonder zijn vrienden niet vermaken.
Raúl kan zich zonder zijn vrienden niet vermaken.
Hij verzorgt het vermaken van de buitenlandse gasten.
Hij verzorgt het vermaken van de buitenlandse gasten.
alliëren, legeren {ww.}
alliëren
legeren {ww.}

ik allieer
jij allieert
hij/zij/het allieert

ik allieer
jij allieert
hij/zij/het allieert
» meer vervoegingen van alliëren



Gerelateerd aan legeren

kamperen - vermaken - legateren - alliërenonderbrengen - kamperen - achterlaten - mêleren