Vertaling van levendigheid
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
levendigheid {zn.}
levendigheid {zn.}
vuur , ijver , levendigheid , gloed , geestdrift , elan , begeestering, enthousiasme {zn.}
vuur
ijver
levendigheid
gloed
geestdrift
elan
begeestering
enthousiasme {zn.}
ijver
levendigheid
gloed
geestdrift
elan
begeestering
enthousiasme {zn.}
Het vuur is uitgegaan.
Het vuur is uitgegaan.
Dood het met vuur!
Dood het met vuur!
veerkracht , levendigheid, levenskracht, vitaliteit {zn.}
veerkracht
levendigheid
levenskracht
vitaliteit {zn.}
levendigheid
levenskracht
vitaliteit {zn.}