Vertaling van levensstijl

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
leven, levensstijl [m] (de ~), way of life, levenswandel [m] (de ~), leefwijze [m] (de ~), leefvorm, leefstijl [m] (de ~), levenswijze {zn.}
leven
levensstijl [m] (de ~)
way of life
levenswandel [m] (de ~)
leefwijze [m] (de ~)
leefvorm
leefstijl [m] (de ~)
levenswijze {zn.}
Tom heeft een extravagante levensstijl.
Tom heeft een extravagante levensstijl.
Hij was jaloers op haar levensstijl.
Hij was jaloers op haar levensstijl.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Tom heeft een extravagante levensstijl.

Tom heeft een extravagante levensstijl.

Hij was jaloers op haar levensstijl.

Hij was jaloers op haar levensstijl.


Gerelateerd aan levensstijl

leven - way of life - levenswandel - leefwijze - leefvorm - leefstijl - levenswijzewijze