Vertaling van lonen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wedervergelden, vergelden, belonen, terugdoen, lonen {ww.}
wedervergelden
vergelden
belonen
terugdoen
lonen {ww.}

ik beloon
jij beloont
hij/zij/het beloont

ik vergeld weder
jij vergeldt weder
hij/zij/het vergeldt weder
» meer vervoegingen van wedervergelden

waard zijn, lonen {ww.}
waard zijn
lonen {ww.}

ik loon
jij loont
hij/zij/het loont

ik loon
jij loont
hij/zij/het loont
» meer vervoegingen van lonen

loon (mv. lonen), vergelding [v], beloning [v] {zn.}
loon (mv. lonen)
vergelding [v]
beloning [v] {zn.}
Ondank is 's werelds loon.
Ondank is 's werelds loon.
Eer is de loon der deugd
Eer is de loon der deugd
Loon {eigenn.}
Loon {eigenn.}
salaris, loon (mv. lonen), wedde, verdienste, traktement, gage [v], bezoldiging [v] {zn.}
salaris
loon (mv. lonen)
wedde
verdienste
traktement
gage [v]
bezoldiging [v] {zn.}
Hij verdient een hoog salaris.
Hij verdient een hoog salaris.
Ik heb een salaris van 300.000 yen per maand.
Ik heb een salaris van 300.000 yen per maand.
renderen, lonen {ww.}
renderen
lonen {ww.}

ik loon
jij loont
hij/zij/het loont

ik loon
jij loont
hij/zij/het loont
» meer vervoegingen van lonen

salaris [o] (het ~), loon [o] (het ~), traktement [o] (het ~), bezoldiging [v] (de ~), arbeidsloon [o] (het ~) {zn.}
salaris [o] (het ~)
loon [o] (het ~)
traktement [o] (het ~)
bezoldiging [v] (de ~)
arbeidsloon [o] (het ~) {zn.}
loon [o] (het ~), beloning [v] (de ~) {zn.}
loon [o] (het ~)
beloning [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan lonen

wedervergelden - vergelden - belonen - terugdoen - waard zijn - loon - vergelding - beloning - Loon - salaris - wedde - verdienste - traktement - gage - bezoldiginggeven - inkomen - goed