Vertaling van looi
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
run, taan, looi {zn.}
run
taan
looi {zn.}
taan
looi {zn.}
leerlooien, tanen, looien {ww.}
leerlooien
tanen
looien {ww.}
tanen
looien {ww.}
ik looi
jij looit
hij/zij/het looit
ik taan
jij taant
hij/zij/het taant
» meer vervoegingen van tanen
leerlooien, looien {ww.}
leerlooien
looien {ww.}
looien {ww.}
ik looi
jij looit
hij/zij/het looit
ik looi
jij looit
hij/zij/het looit
» meer vervoegingen van looien