Vertaling van matig
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
matig, abstinent, onthoudend {bn.}
matig
abstinent
onthoudend {bn.}
abstinent
onthoudend {bn.}
bezadigd, matig, nuchter, sober, stemmig {bn.}
bezadigd
matig
nuchter
sober
stemmig {bn.}
matig
nuchter
sober
stemmig {bn.}
bescheiden, matig, gematigd, schappelijk, sober {bn.}
bescheiden
matig
gematigd
schappelijk
sober {bn.}
matig
gematigd
schappelijk
sober {bn.}
matig, mediocre, zwak, middelmatig, modaal {bn.}
matig
mediocre
zwak
middelmatig
modaal {bn.}
mediocre
zwak
middelmatig
modaal {bn.}
matig, gematigd, gemodereerd, moderaat {bn.}
matig
gematigd
gemodereerd
moderaat {bn.}
gematigd
gemodereerd
moderaat {bn.}
opvangen, temperen, matigen {ww.}
opvangen
temperen
matigen {ww.}
temperen
matigen {ww.}
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
ik vang op
jij vangt op
hij/zij/het vangt op
» meer vervoegingen van opvangen
matigen {ww.}
matigen {ww.}
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
» meer vervoegingen van matigen
modereren, matigen {ww.}
modereren
matigen {ww.}
matigen {ww.}
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
ik modereer
jij modereert
hij/zij/het modereert
» meer vervoegingen van modereren
matigen {ww.}
matigen {ww.}
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt
» meer vervoegingen van matigen