Vertaling van medicus

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
dokter [m], arts [m], medicus [m], geneesheer [m] {zn.}
dokter [m]
arts [m]
medicus [m]
geneesheer [m] {zn.}
Roep de dokter!
Roep de dokter!
Dokter, ik heb buikpijn.
Dokter, ik heb buikpijn.
dokter [m] (de ~), arts [m] (de ~), pil [m] (de ~), medicus [m] (de ~), heelmeester [m] (de ~), geneeskundige [m] (de ~), geneesheer [m] (de ~), esculaap {zn.}
dokter [m] (de ~)
arts [m] (de ~)
pil [m] (de ~)
medicus [m] (de ~)
heelmeester [m] (de ~)
geneeskundige [m] (de ~)
geneesheer [m] (de ~)
esculaap {zn.}
Mijn vader is dokter.
Mijn vader is dokter.
Ze is dokter.
Ze is dokter.


Gerelateerd aan medicus

dokter - arts - geneesheer - pil - heelmeester - geneeskundige - esculaapdeskundige