Vertaling van misdaad

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
misdaad [v], criminaliteit [v] {zn.}
misdaad [v]
criminaliteit [v] {zn.}
Ze heeft een misdaad begaan.
Ze heeft een misdaad begaan.
Bill heeft de misdaad niet begaan.
Bill heeft de misdaad niet begaan.
misdaad [v], misdrijf {zn.}
misdaad [v]
misdrijf {zn.}
Voorwerp van misdaad
Voorwerp van misdaad
In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.
In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.
misdaad [m] (de ~), euveldaad {zn.}
misdaad [m] (de ~)
euveldaad {zn.}
Door (de misdaad van) één ken je ze allemaal
Door (de misdaad van) één ken je ze allemaal
misdaad {zn.}
misdaad {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ze heeft een misdaad begaan.

Ze heeft een misdaad begaan.

Bill heeft de misdaad niet begaan.

Bill heeft de misdaad niet begaan.

Voorwerp van misdaad

Voorwerp van misdaad

In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.

In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.

Door (de misdaad van) één ken je ze allemaal

Door (de misdaad van) één ken je ze allemaal

Er is geen misdaad, (dus) geen straf als er geen voorafgaande (straf)wettelijke bepaling is

Er is geen misdaad, (dus) geen straf als er geen voorafgaande (straf)wettelijke bepaling is

Hij geeft zijn misdaad toe, die het gerecht ontvlucht", "Wie het gerecht ontvlucht, bekent schuld

Hij geeft zijn misdaad toe, die het gerecht ontvlucht", "Wie het gerecht ontvlucht, bekent schuld


Gerelateerd aan misdaad

criminaliteit - misdrijf - euveldaaddelict - groep