Vertaling van monter

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lustig, monter, vrolijk {bn.}
lustig
monter
vrolijk {bn.}
verlevendigen, opkikkeren, opmonteren, animeren {ww.}
verlevendigen
opkikkeren
opmonteren
animeren {ww.}

ik animeer
jij animeert
hij/zij/het animeert

ik kikker op
jij kikkert op
hij/zij/het kikkert op
» meer vervoegingen van opkikkeren

opmonteren, opvrolijken, opkikkeren {ww.}
opmonteren
opvrolijken
opkikkeren {ww.}

ik kikker op
jij kikkert op
hij/zij/het kikkert op

ik monter op
jij montert op
hij/zij/het montert op
» meer vervoegingen van opmonteren

blijgeestig, blijmoedig, monter, opgeruimd, opgewekt {bn.}
blijgeestig
blijmoedig
monter
opgeruimd
opgewekt {bn.}
opvrolijken, oppeppen, opkikkeren, opmonteren {ww.}
opvrolijken
oppeppen
opkikkeren
opmonteren {ww.}

ik kikker op
jij kikkert op
hij/zij/het kikkert op

ik vrolijk op
jij vrolijkt op
hij/zij/het vrolijkt op
» meer vervoegingen van opvrolijken



Gerelateerd aan monter

lustig - vrolijk - verlevendigen - opkikkeren - opmonteren - animeren - opvrolijken - blijgeestig - blijmoedig - opgeruimd - opgewekt - oppeppenopbeuren