Vertaling van vrolijk

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lustig, monter, vrolijk {bn.}
lustig
monter
vrolijk {bn.}
blij, verblijd, verheugd, opgetogen, opgewekt, vrolijk {bn.}
blij
verblijd
verheugd
opgetogen
opgewekt
vrolijk {bn.}
vermaken, onderhouden, opvrolijken, amuseren {ww.}
vermaken
onderhouden
opvrolijken
amuseren {ww.}

ik amuseer
jij amuseert
hij/zij/het amuseert

ik vermaak
jij vermaakt
hij/zij/het vermaakt
» meer vervoegingen van vermaken

Raúl kan zich zonder zijn vrienden niet vermaken.
Raúl kan zich zonder zijn vrienden niet vermaken.
Hij verzorgt het vermaken van de buitenlandse gasten.
Hij verzorgt het vermaken van de buitenlandse gasten.
opmonteren, opvrolijken, opkikkeren {ww.}
opmonteren
opvrolijken
opkikkeren {ww.}

ik kikker op
jij kikkert op
hij/zij/het kikkert op

ik monter op
jij montert op
hij/zij/het montert op
» meer vervoegingen van opmonteren

verheugend, heugelijk, vreugdevol, vrolijk, blij, heuglijk {bn.}
verheugend
heugelijk
vreugdevol
vrolijk
blij
heuglijk {bn.}
verheugd, vrolijk, blij, zonnig {bn.}
verheugd
vrolijk
blij
zonnig {bn.}
opvrolijken, oppeppen, opkikkeren, opmonteren {ww.}
opvrolijken
oppeppen
opkikkeren
opmonteren {ww.}

ik kikker op
jij kikkert op
hij/zij/het kikkert op

ik vrolijk op
jij vrolijkt op
hij/zij/het vrolijkt op
» meer vervoegingen van opvrolijken

pimpen, verlevendigen, opvrolijken, opfleuren {ww.}
pimpen
verlevendigen
opvrolijken
opfleuren {ww.}

ik fleur op
jij fleurt op
hij/zij/het fleurt op

ik vrolijk op
jij vrolijkt op
hij/zij/het vrolijkt op
» meer vervoegingen van opvrolijken



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Vrolijk kerstfeest!

Vrolijk kerstfeest!

Wees vrolijk.

Wees vrolijk.

Vrolijk kerstfeest!

Vrolijk kerstfeest!

Vrolijk Pasen!

Vrolijk Pasen!

Wees vrolijk! Plaats een uitroepingsteken op het einde van al je zinnen!

Wees vrolijk! Plaats een uitroepingsteken op het einde van al je zinnen!

Aan het begin van elk weekeinde ben ik tegelijk moe en vrolijk.

Aan het begin van elk weekeinde ben ik tegelijk moe en vrolijk.