Vertaling van musiceren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
muziek maken, musiceren {ww.}
muziek maken
musiceren {ww.}

ik musiceer
jij musiceert
hij/zij/het musiceert

ik musiceer
jij musiceert
hij/zij/het musiceert
» meer vervoegingen van musiceren

spelen, musiceren {ww.}
spelen
musiceren {ww.}

ik musiceer
jij musiceert
hij/zij/het musiceert

ik speel
jij speelt
hij/zij/het speelt
» meer vervoegingen van spelen

Hij kan fluit spelen.
Hij kan fluit spelen.
Basketbal spelen is leuk.
Basketbal spelen is leuk.


Gerelateerd aan musiceren

muziek maken - spelenbeoefenen