Vertaling van nat

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
nat {bn.}
nat {bn.}
nat, vochtig {bn.}
nat
vochtig {bn.}
nat [o] (het ~), zweet [o] (het ~), vocht [o] (het ~), nattigheid {zn.}
nat [o] (het ~)
zweet [o] (het ~)
vocht [o] (het ~)
nattigheid {zn.}
Meestal zweet ik niet zo.
Meestal zweet ik niet zo.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
regenachtig, nat {bn.}
regenachtig
nat {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Mijn broek is nat.

Mijn broek is nat.

Gelukkig werd niemand nat.

Gelukkig werd niemand nat.

Katten zijn niet graag nat.

Katten zijn niet graag nat.

Ik kwam in een regenbui terecht en ben nat geworden.

Ik kwam in een regenbui terecht en ben nat geworden.


Gerelateerd aan nat

vochtig - zweet - vocht - nattigheid - regenachtigvloeistof