Vertaling van vocht
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
vocht, nattigheid {zn.}
vocht
nattigheid {zn.}
nattigheid {zn.}
Ik vocht tegen de slaap.
Ik vocht tegen de slaap.
vechten, kampen, strijd voeren, strijden {ww.}
vechten
kampen
strijd voeren
strijden {ww.}
kampen
strijd voeren
strijden {ww.}
ik kampte
jij kampte
hij/zij/het kampte
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten
Ze vechten voor vrijheid.
Ze vechten voor vrijheid.
Ik kan je leren vechten.
Ik kan je leren vechten.
vechten, knokken {ww.}
vechten
knokken {ww.}
knokken {ww.}
ik knokte
jij knokte
hij/zij/het knokte
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten
Ik zal tot de dood vechten.
Ik zal tot de dood vechten.
Ik wil niet met Theodore Roosevelt vechten.
Ik wil niet met Theodore Roosevelt vechten.
nat , zweet , vocht , nattigheid {zn.}
nat
zweet
vocht
nattigheid {zn.}
zweet
vocht
nattigheid {zn.}
Meestal zweet ik niet zo.
Meestal zweet ik niet zo.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
vechten, wedijveren, meten, rivaliseren {ww.}
vechten
wedijveren
meten
rivaliseren {ww.}
wedijveren
meten
rivaliseren {ww.}
ik mat
jij mat
hij/zij/het mat
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten
vechten, keren, kanten, verzetten, weren, verweren, roeren {ww.}
vechten
keren
kanten
verzetten
weren
verweren
roeren {ww.}
keren
kanten
verzetten
weren
verweren
roeren {ww.}
ik kantte
jij kantte
hij/zij/het kantte
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten
Londen werd verscheidene keren gebombardeerd.
Londen werd verscheidene keren gebombardeerd.
vechten, kampen, matten, knokken, strijden {ww.}
vechten
kampen
matten
knokken
strijden {ww.}
kampen
matten
knokken
strijden {ww.}
ik kampte
jij kampte
hij/zij/het kampte
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten
Veel landen kampen met vergelijkbare problemen.
Veel landen kampen met vergelijkbare problemen.
vechten, ageren, beijveren, strijden, ijveren {ww.}
vechten
ageren
beijveren
strijden
ijveren {ww.}
ageren
beijveren
strijden
ijveren {ww.}
ik ageerde
jij ageerde
hij/zij/het ageerde
ik vocht
jij vocht
hij/zij/het vocht
» meer vervoegingen van vechten