Vertaling van rivaliseren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
vechten, wedijveren, meten, rivaliseren {ww.}
vechten
wedijveren
meten
rivaliseren {ww.}

ik meet
jij meet
hij/zij/het meet

ik vecht
jij vecht
hij/zij/het vecht
» meer vervoegingen van vechten

Ze vechten voor vrijheid.
Ze vechten voor vrijheid.
Ik kan je leren vechten.
Ik kan je leren vechten.


Gerelateerd aan rivaliseren

vechten - wedijveren - metenkampen