Vertaling van nicht
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
nicht {zn.}
nicht {zn.}
Dit is mijn nicht.
Dit is mijn nicht.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.
nicht , , nichtje {zn.}
nicht
nichtje {zn.}
nichtje {zn.}
nicht , {zn.}
nicht
{zn.}
kozijn, nicht {zn.}
kozijn
nicht {zn.}
nicht {zn.}
Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.
Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.
Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.
Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.
nicht , mietje {zn.}
nicht
mietje {zn.}
mietje {zn.}
Mary zei dat Tom een mietje was.
Mary zei dat Tom een mietje was.
nicht , oomzegster {zn.}
nicht
oomzegster {zn.}
oomzegster {zn.}
nicht {zn.}
nicht {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Dit is mijn nicht.
Dit is mijn nicht.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.