Vertaling van kozijn

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
kozijn [o], schietgat [o], vensternis [v] {zn.}
kozijn [o]
schietgat [o]
vensternis [v] {zn.}
Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.
Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.
Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.
Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.
kozijn [o], vensterraam, vensterkozijn, raamkozijn {zn.}
kozijn [o]
vensterraam
vensterkozijn
raamkozijn {zn.}
kozijn, nicht [v] {zn.}
kozijn
nicht [v] {zn.}
Dit is mijn nicht.
Dit is mijn nicht.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.
We verraste mijn nicht met een verjaardagsfeestje.
kozijn [m], neef [m] {zn.}
kozijn [m]
neef [m] {zn.}
Mijn neef is iets ouder dan ik.
Mijn neef is iets ouder dan ik.
John is niet mijn broer maar mijn neef.
John is niet mijn broer maar mijn neef.
kozijn {zn.}
kozijn {zn.}
kozijn [o] (het ~) {zn.}
kozijn [o] (het ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.

Ik heb 1000 yen geleend van mijn kozijn.

Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.

Hij ging weg om bij zijn kozijn te blijven.


Gerelateerd aan kozijn

schietgat - vensternis - vensterraam - vensterkozijn - raamkozijn - nicht - neefdeel - omlijsting - kozijn - dorpel - bovendrempel - architraaf - onderdorpel