Vertaling van nieuweling

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
baar [m], nieuweling [m] {zn.}
baar [m]
nieuweling [m] {zn.}
Ik zou met baar geld willen betalen.
Ik zou met baar geld willen betalen.
novice, nieuweling [m] {zn.}
novice
nieuweling [m] {zn.}
nieuwkomer [m] (de ~), nieuweling [m] (de ~) {zn.}
nieuwkomer [m] (de ~)
nieuweling [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan nieuweling

baar - novice - nieuwkomerpersoon