Vertaling van olie
oleum {zn.}
oliën {ww.}
ik olie
jij oliet
hij/zij/het oliet
ik smeer
jij smeert
hij/zij/het smeert
» meer vervoegingen van smeren
ik olie
jij oliet
hij/zij/het oliet
ik olie
jij oliet
hij/zij/het oliet
» meer vervoegingen van oliën
ik olie
jij oliet
hij/zij/het oliet
ik olie
jij oliet
hij/zij/het oliet
» meer vervoegingen van oliën
Voorbeelden in zinsverband
Hij kocht veel bloem en olie.
Hij kocht veel bloem en olie.
Water en olie zijn allebei vloeistoffen.
Water en olie zijn allebei vloeistoffen.
Mijn kleren waren vuil van de olie.
Mijn kleren waren vuil van de olie.
Je kan olie en water niet mengen.
Je kan olie en water niet mengen.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
Het is niet nodig de olie elke 3000 mijl te vervangen.
Het is niet nodig de olie elke 3000 mijl te vervangen.
Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
Product verkregen door de winning van olie door persing uit zaden van bernagie.
Product verkregen door de winning van olie door persing uit zaden van bernagie.