Vertaling van omringen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
omringen {ww.}
omringen {ww.}
ik omring
jij omringt
hij/zij/het omringt
ik omring
jij omringt
hij/zij/het omringt
» meer vervoegingen van omringen
omgeven, omringen, insluiten {ww.}
omgeven
omringen
insluiten {ww.}
omringen
insluiten {ww.}
ik sluit in
jij sluit in
hij/zij/het sluit in
ik omgeef
jij omgeeft
hij/zij/het omgeeft
» meer vervoegingen van omgeven
omringen {ww.}
omringen {ww.}
ik omring
jij omringt
hij/zij/het omringt
ik omring
jij omringt
hij/zij/het omringt
» meer vervoegingen van omringen
omgeven, omleggen, omringen {ww.}
omgeven
omleggen
omringen {ww.}
omleggen
omringen {ww.}
ik omgeef
jij omgeeft
hij/zij/het omgeeft
ik omgeef
jij omgeeft
hij/zij/het omgeeft
» meer vervoegingen van omgeven