Vertaling van onthaal

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
onthaal, tractatie [v] {zn.}
onthaal
tractatie [v] {zn.}
trakteren, vrijhouden, vergasten, onthalen {ww.}
trakteren
vrijhouden
vergasten
onthalen {ww.}

ik onthaal
jij onthaalt
hij/zij/het onthaalt

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert
» meer vervoegingen van trakteren

ontvangen, inhalen, verwelkomen, feestelijk inhalen, opvangen, onthalen, recipiëren {ww.}
ontvangen
inhalen
verwelkomen
feestelijk inhalen
opvangen
onthalen
recipiëren {ww.}

ik haal in
jij haalt in
hij/zij/het haalt in

ik ontvang
jij ontvangt
hij/zij/het ontvangt
» meer vervoegingen van ontvangen

Ik moet de verloren tijd inhalen.
Ik moet de verloren tijd inhalen.
Waar je ook heen gaat, zullen mensen je verwelkomen.
Waar je ook heen gaat, zullen mensen je verwelkomen.
welkom [o] (het ~), begroeting [v] (de ~), onthaal [o] (het ~), verwelkoming, ontvangst [v] (de ~) {zn.}
welkom [o] (het ~)
begroeting [v] (de ~)
onthaal [o] (het ~)
verwelkoming
ontvangst [v] (de ~) {zn.}
Welkom!
Welkom!
Welkom!
Welkom!
trakteren, onthalen, fuiven, vergasten {ww.}
trakteren
onthalen
fuiven
vergasten {ww.}

ik fuif
jij fuift
hij/zij/het fuift

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert
» meer vervoegingen van trakteren