Vertaling van oplepelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
oplepelen, ophoesten, ophikken {ww.}
oplepelen
ophoesten
ophikken {ww.}
ophoesten
ophikken {ww.}
ik zal ophikken
ik zou ophikken
jij zult ophikken
ik zal oplepelen
ik zou oplepelen
jij zult oplepelen
» meer vervoegingen van oplepelen
lepelen, oplepelen {ww.}
lepelen
oplepelen {ww.}
oplepelen {ww.}
ik zal lepelen
ik zou lepelen
jij zult lepelen
ik zal lepelen
ik zou lepelen
jij zult lepelen
» meer vervoegingen van lepelen