Vertaling van opstrijken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
opstrijken, in zijn zak steken {ww.}
opstrijken
in zijn zak steken {ww.}
in zijn zak steken {ww.}
ik zal opstrijken
ik zou opstrijken
jij zult opstrijken
ik zal opstrijken
ik zou opstrijken
jij zult opstrijken
» meer vervoegingen van opstrijken
opstrijken, oppersen {ww.}
opstrijken
oppersen {ww.}
oppersen {ww.}
ik zal oppersen
ik zou oppersen
jij zult oppersen
ik zal opstrijken
ik zou opstrijken
jij zult opstrijken
» meer vervoegingen van opstrijken
opstrijken {ww.}
opstrijken {ww.}
ik zal opstrijken
ik zou opstrijken
jij zult opstrijken
ik zal opstrijken
ik zou opstrijken
jij zult opstrijken
» meer vervoegingen van opstrijken
vangen, incasseren, toucheren, opstrijken, beuren, innen {ww.}
vangen
incasseren
toucheren
opstrijken
beuren
innen {ww.}
incasseren
toucheren
opstrijken
beuren
innen {ww.}
ik zal beuren
jij zult beuren
hij/zij/het zal beuren
ik zal vangen
jij zult vangen
hij/zij/het zal vangen
» meer vervoegingen van vangen
Katten vangen muizen.
Katten vangen muizen.
We zetten vallen om kakkerlakken te vangen.
We zetten vallen om kakkerlakken te vangen.