Vertaling van overleg

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
overleg, overpeinzing [v] {zn.}
overleg
overpeinzing [v] {zn.}
Na veel overleg beslisten we onze vakantie in Spanje door te brengen.
Na veel overleg beslisten we onze vakantie in Spanje door te brengen.
overleg [o] (het ~), bezinning [v] (de ~), beraad [o] (het ~) {zn.}
overleg [o] (het ~)
bezinning [v] (de ~)
beraad [o] (het ~) {zn.}
overleg [o] (het ~), dialoog [m] (de ~), beraadslaging [v] (de ~), beraadslagingen {zn.}
overleg [o] (het ~)
dialoog [m] (de ~)
beraadslaging [v] (de ~)
beraadslagingen {zn.}
overleggen, beraadslagen {ww.}
overleggen
beraadslagen {ww.}

ik beraadslaag
jij beraadslaagt
hij/zij/het beraadslaagt

ik overleg
jij overlegt
hij/zij/het overlegt
» meer vervoegingen van overleggen

Laten we het probleem met hen overleggen.
Laten we het probleem met hen overleggen.
overleggen {ww.}
overleggen {ww.}

ik overleg
jij overlegt
hij/zij/het overlegt

ik overleg
jij overlegt
hij/zij/het overlegt
» meer vervoegingen van overleggen

overleggen {ww.}
overleggen {ww.}

ik overleg
jij overlegt
hij/zij/het overlegt

ik overleg
jij overlegt
hij/zij/het overlegt
» meer vervoegingen van overleggen



Gerelateerd aan overleg

overpeinzing - bezinning - beraad - dialoog - beraadslaging - beraadslagingen - overleggen - beraadslagengedachte - conversatie - bespreken - tonen