Vertaling van oversteken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
oversteken, te boven gaan, overgaan {ww.}
oversteken
te boven gaan
overgaan {ww.}

ik zal overgaan
ik zou overgaan
jij zult overgaan

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

Ik zag hem de straat oversteken.
Ik zag hem de straat oversteken.
oversteken, overslaan, overgaan {ww.}
oversteken
overslaan
overgaan {ww.}

ik zal overgaan
ik zou overgaan
jij zult overgaan

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

oversteken, overlopen, overgaan {ww.}
oversteken
overlopen
overgaan {ww.}

ik zal overgaan
ik zou overgaan
jij zult overgaan

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

oversteken {ww.}
oversteken {ww.}

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

oversteken {ww.}
oversteken {ww.}

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

oversteken {ww.}
oversteken {ww.}

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken

ik zal oversteken
ik zou oversteken
jij zult oversteken
» meer vervoegingen van oversteken

overtocht [m] (de ~), overvaart, oversteek [m] (de ~) {zn.}
overtocht [m] (de ~)
overvaart
oversteek [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan oversteken

te boven gaan - overgaan - overslaan - overlopen - overtocht - overvaart - oversteekverplaatsen - uitstaan - tocht