Vertaling van pint
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
» meer vervoegingen van pinnen
pint
biertje
luitenant
pilsje
pils {zn.}
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
» meer vervoegingen van pinnen
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
» meer vervoegingen van pinnen
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
ik pin
jij pint
hij/zij/het pint
» meer vervoegingen van pinnen
Voorbeelden in zinsverband
Wat dacht je van een pint?
Wat dacht je van een pint?
Wat ik nodig heb is een pint.
Wat ik nodig heb is een pint.
In Engeland vroeg de kelner ons: hoeveel bier wilt ge? Een halve "pint" of een "pint"? Omdat we niet wisten hoeveel dat dan wel was, vroegen we hem de glazen te tonen.
In Engeland vroeg de kelner ons: hoeveel bier wilt ge? Een halve "pint" of een "pint"? Omdat we niet wisten hoeveel dat dan wel was, vroegen we hem de glazen te tonen.