Vertaling van plunderen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
schennen, plunderen, ontmaagden {ww.}
schennen
plunderen
ontmaagden {ww.}
plunderen
ontmaagden {ww.}
ik ontmaagd
jij ontmaagdt
hij/zij/het ontmaagdt
ik plunder
jij plundert
hij/zij/het plundert
» meer vervoegingen van plunderen
stropen, plunderen {ww.}
stropen
plunderen {ww.}
plunderen {ww.}
ik plunder
jij plundert
hij/zij/het plundert
ik stroop
jij stroopt
hij/zij/het stroopt
» meer vervoegingen van stropen
stropen, plunderen, roven, buitmaken {ww.}
stropen
plunderen
roven
buitmaken {ww.}
plunderen
roven
buitmaken {ww.}
ik maak buit
jij maakt buit
hij/zij/het maakt buit
ik stroop
jij stroopt
hij/zij/het stroopt
» meer vervoegingen van stropen
brandschatten, plunderen {ww.}
brandschatten
plunderen {ww.}
plunderen {ww.}
ik brandschat
jij brandschat
hij/zij/het brandschat
ik brandschat
jij brandschat
hij/zij/het brandschat
» meer vervoegingen van brandschatten