Vertaling van rit

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rit, rijtoer {zn.}
rit
rijtoer {zn.}
De trein was zo druk dat ik de hele rit heb moeten staan.
De trein was zo druk dat ik de hele rit heb moeten staan.
rit {zn.}
rit {zn.}
rit, tocht {zn.}
rit
tocht {zn.}
rit, rijtoer {zn.}
rit
rijtoer {zn.}
rit [m] (de ~), sightseeing [o] (het ~), rondrit [m] (de ~), toer [m] (de ~) {zn.}
rit [m] (de ~)
sightseeing [o] (het ~)
rondrit [m] (de ~)
toer [m] (de ~) {zn.}
rit, etappe {zn.}
rit
etappe {zn.}


Gerelateerd aan rit

rijtoer - tocht - sightseeing - rondrit - toer - etappetocht - wedstrijdonderdeel