Vertaling van rochel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rochel, reutel {zn.}
rochel
reutel {zn.}
spuug, rochel, spog, fluim [v] {zn.}
spuug
rochel
spog
fluim [v] {zn.}
rochel [m] (de ~), reutel {zn.}
rochel [m] (de ~)
reutel {zn.}
spuwen, spugen, rochelen {ww.}
spuwen
spugen
rochelen {ww.}

ik rochel
jij rochelt
hij/zij/het rochelt

ik spuw
jij spuwt
hij/zij/het spuwt
» meer vervoegingen van spuwen

De boete voor spuwen bedraagt vijf pond.
De boete voor spuwen bedraagt vijf pond.
In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.
In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.
rochelen, reutelen {ww.}
rochelen
reutelen {ww.}

ik reutel
jij reutelt
hij/zij/het reutelt

ik rochel
jij rochelt
hij/zij/het rochelt
» meer vervoegingen van rochelen

kwalster, rochel [m] (de ~), fluim [m] (de ~) {zn.}
kwalster
rochel [m] (de ~)
fluim [m] (de ~) {zn.}
reutelen, rochelen {ww.}
reutelen
rochelen {ww.}

ik reutel
jij reutelt
hij/zij/het reutelt

ik reutel
jij reutelt
hij/zij/het reutelt
» meer vervoegingen van reutelen

fluimen, rochelen {ww.}
fluimen
rochelen {ww.}

ik fluim
jij fluimt
hij/zij/het fluimt

ik fluim
jij fluimt
hij/zij/het fluimt
» meer vervoegingen van fluimen



Gerelateerd aan rochel

reutel - spuug - spog - fluim - spuwen - spugen - rochelen - reutelen - kwalster - fluimenhoest - slijm - hoesten - kwalsteren