Vertaling van rood

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rood, kleur, blos [m] {zn.}
rood
kleur
blos [m] {zn.}
Mijn favoriete kleur is rood.
Mijn favoriete kleur is rood.
Alle appels zijn rood.
Alle appels zijn rood.
blozend, rood {bn.}
blozend
rood {bn.}
rood {zn.}
rood {zn.}
Haar wangen waren rood.
Haar wangen waren rood.
Kersen zijn rood.
Kersen zijn rood.
rood [o] (het ~), keel [m] (de ~) {zn.}
rood [o] (het ~)
keel [m] (de ~) {zn.}
Tom schraapte zijn keel.
Tom schraapte zijn keel.
Ik heb een krop in de keel.
Ik heb een krop in de keel.
rood {bn.}
rood {bn.}
linksistisch, links, rood {bn.}
linksistisch
links
rood {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Alle appels zijn rood.

Alle appels zijn rood.

Haar wangen waren rood.

Haar wangen waren rood.

Kersen zijn rood.

Kersen zijn rood.

Zijn gezicht werd rood.

Zijn gezicht werd rood.

Heb je een rood potlood?

Heb je een rood potlood?

Mijn nieuwe jurk is rood.

Mijn nieuwe jurk is rood.

Haar gezicht werd plotseling rood.

Haar gezicht werd plotseling rood.

Ze droeg een rood badpak.

Ze droeg een rood badpak.

Mijn favoriete kleur is rood.

Mijn favoriete kleur is rood.

Deze appel is erg rood.

Deze appel is erg rood.

Mary eet geen rood vlees.

Mary eet geen rood vlees.

Hij heeft zijn fiets rood geschilderd.

Hij heeft zijn fiets rood geschilderd.

Waarom heb je de bank rood geschilderd?

Waarom heb je de bank rood geschilderd?

Waarom heb je de bank rood geschilderd?

Waarom heb je de bank rood geschilderd?

Rood en blauw - welke verkies jij?

Rood en blauw - welke verkies jij?


Gerelateerd aan rood

kleur - blos - blozend - keel - linksistisch - linkskleurstof - kleur - gekleurd