Vertaling van schandaliseren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zwartmaken, , schandaliseren, lasteren, bezwadderen, bekladden, belasteren {ww.}
zwartmaken

schandaliseren
lasteren
bezwadderen
bekladden
belasteren {ww.}

ik beklad
jij bekladt
hij/zij/het bekladt

ik maak zwart
jij maakt zwart
hij/zij/het maakt zwart
» meer vervoegingen van zwartmaken



Gerelateerd aan schandaliseren

zwartmaken - - lasteren - bezwadderen - bekladden - belasterenbeschuldigen