Vertaling van scheren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
scheren {ww.}
scheren {ww.}
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
» meer vervoegingen van scheren
Ik moet me scheren.
Ik moet me scheren.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
scheren, {ww.}
scheren
{ww.}
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
» meer vervoegingen van scheren
Vader is zich aan het scheren in de badkamer.
Vader is zich aan het scheren in de badkamer.
scheren {ww.}
scheren {ww.}
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
» meer vervoegingen van scheren
knippen, scheren, snoeien {ww.}
knippen
scheren
snoeien {ww.}
scheren
snoeien {ww.}
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Ik moet me scheren.
Ik moet me scheren.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
Vader is zich aan het scheren in de badkamer.
Vader is zich aan het scheren in de badkamer.