Vertaling van knippen
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
met de vingers knippen {ww.}
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
trimmen {ww.}
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
ponsen
doorzeven {ww.}
ik doorzeef
jij doorzeeft
hij/zij/het doorzeeft
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
scheren
snoeien {ww.}
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
ik knip
jij knipt
hij/zij/het knipt
» meer vervoegingen van knippen
Voorbeelden in zinsverband
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Deze scharen knippen niet goed.
Deze scharen knippen niet goed.
Hij liet zijn haar kort knippen.
Hij liet zijn haar kort knippen.
Ik moet mijn haar binnenkort laten knippen.
Ik moet mijn haar binnenkort laten knippen.
Hij laat zijn haar eens per maand knippen.
Hij laat zijn haar eens per maand knippen.
Ik liet mijn haar knippen bij de kapper.
Ik liet mijn haar knippen bij de kapper.
"Zou je het zo kunnen knippen?" "Een beetje korter van voren en wat langer opzij graag."
"Zou je het zo kunnen knippen?" "Een beetje korter van voren en wat langer opzij graag."