Vertaling van stift

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stift [m] (de ~) {zn.}
stift [m] (de ~) {zn.}
zusterhuis, stift, nonnenklooster [o], vrouwenklooster [o], klooster [o] {zn.}
zusterhuis
stift
nonnenklooster [o]
vrouwenklooster [o]
klooster [o] {zn.}
pen [v], stift, pin, luns {zn.}
pen [v]
stift
pin
luns {zn.}
Heb je geen pen?
Heb je geen pen?
Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet mijn pen zoeken.
stift [m] (de ~) {zn.}
stift [m] (de ~) {zn.}
stift {zn.}
stift {zn.}
stift [m] (de ~), kleurstift, viltpen, viltstift [m] (de ~) {zn.}
stift [m] (de ~)
kleurstift
viltpen
viltstift [m] (de ~) {zn.}
curie [v] (de ~), stift [m] (de ~), sticht, episcopaat [o] (het ~), diocees [o] (het ~), bisdom [o] (het ~) {zn.}
curie [v] (de ~)
stift [m] (de ~)
sticht
episcopaat [o] (het ~)
diocees [o] (het ~)
bisdom [o] (het ~) {zn.}
Het was Marie Curie die radium ontdekte.
Het was Marie Curie die radium ontdekte.
convent [o] (het ~), sticht, stift [m] (de ~), klooster [o] (het ~) {zn.}
convent [o] (het ~)
sticht
stift [m] (de ~)
klooster [o] (het ~) {zn.}