Vertaling van toe zijn aan

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
toe zijn aan
toe zijn aan
nodig hebben, hoeven, toe zijn aan, behoeven {ww.}
nodig hebben
hoeven
toe zijn aan
behoeven {ww.}
Ik zal je hulp nodig hebben.
Ik zal je hulp nodig hebben.
Je zal een tijdelijke brug nodig hebben.
Je zal een tijdelijke brug nodig hebben.
aanzetten, aanbakken {ww.}
aanzetten
aanbakken {ww.}

hij/zij/het is aangebakken
hij/zij/het zal aangebakken zijn
hij/zij/het zal zijn aangebakken

hij/zij/het heeft aangezet
hij/zij/het zal aangezet hebben
hij/zij/het zou hebben aangezet
» meer vervoegingen van aanzetten

Hij kwam ook met alweer een andere twijfelachtige conclusie aanzetten.
Hij kwam ook met alweer een andere twijfelachtige conclusie aanzetten.
terechtkomen, aanlanden, aanbelanden {ww.}
terechtkomen
aanlanden
aanbelanden {ww.}

ik ben aanbeland
jij bent aanbeland
hij/zij/het is aanbeland

ik ben terechtgekomen
jij bent terechtgekomen
hij/zij/het is terechtgekomen
» meer vervoegingen van terechtkomen

Wat zal er van Japan terechtkomen?
Wat zal er van Japan terechtkomen?
aanbakken, vastbakken, aankoeken {ww.}
aanbakken
vastbakken
aankoeken {ww.}

hij/zij/het is aangebakken
zij zijn aangebakken
hij/zij/het zal aangebakken zijn

hij/zij/het is aangebakken
zij zijn aangebakken
hij/zij/het zal aangebakken zijn
» meer vervoegingen van aanbakken

terechtkomen, belanden, aanlanden, aanbelanden {ww.}
terechtkomen
belanden
aanlanden
aanbelanden {ww.}

ik ben aanbeland
jij bent aanbeland
hij/zij/het is aanbeland

ik ben terechtgekomen
jij bent terechtgekomen
hij/zij/het is terechtgekomen
» meer vervoegingen van terechtkomen



Gerelateerd aan toe zijn aan

nodig hebben - hoeven - behoeven - aanzetten - aanbakken - terechtkomen - aanlanden - aanbelanden - vastbakken - aankoeken - belandenaanbranden - arriveren