Vertaling van tot kijk

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
dag, tot ziens, tot weerziens, doei, tot kijk {tw}
dag
tot ziens
tot weerziens
doei
tot kijk {tw}
doorbladeren, doorkijken {ww.}
doorbladeren
doorkijken {ww.}

ik doorblader
jij doorbladert
hij/zij/het doorbladert

ik doorblader
jij doorbladert
hij/zij/het doorbladert
» meer vervoegingen van doorbladeren

rondkijken, rondzien {ww.}
rondkijken
rondzien {ww.}

ik kijk rond
jij kijkt rond
hij/zij/het kijkt rond

ik kijk rond
jij kijkt rond
hij/zij/het kijkt rond
» meer vervoegingen van rondkijken

naar beneden kijken, neerkijken {ww.}
naar beneden kijken
neerkijken {ww.}

ik kijk neer
jij kijkt neer
hij/zij/het kijkt neer

ik kijk neer
jij kijkt neer
hij/zij/het kijkt neer
» meer vervoegingen van neerkijken

doorkijken, herlezen, nalezen {ww.}
doorkijken
herlezen
nalezen {ww.}

ik kijk door
jij kijkt door
hij/zij/het kijkt door

ik kijk door
jij kijkt door
hij/zij/het kijkt door
» meer vervoegingen van doorkijken

opkijken, opzien {ww.}
opkijken
opzien {ww.}

ik kijk op
jij kijkt op
hij/zij/het kijkt op

ik kijk op
jij kijkt op
hij/zij/het kijkt op
» meer vervoegingen van opkijken

examineren, nakijken, onderzoeken, nauwkeurig onderzoeken {ww.}
examineren
nakijken
onderzoeken
nauwkeurig onderzoeken {ww.}

ik examineer
jij examineert
hij/zij/het examineert

ik examineer
jij examineert
hij/zij/het examineert
» meer vervoegingen van examineren

afkijken {ww.}
afkijken {ww.}

ik kijk af
jij kijkt af
hij/zij/het kijkt af

ik kijk af
jij kijkt af
hij/zij/het kijkt af
» meer vervoegingen van afkijken

gluren, kijken {ww.}
gluren
kijken {ww.}

ik gluur
jij gluurt
hij/zij/het gluurt

ik gluur
jij gluurt
hij/zij/het gluurt
» meer vervoegingen van gluren

herzien, inspecteren, nazien, nakijken, reviseren {ww.}
herzien
inspecteren
nazien
nakijken
reviseren {ww.}

ik herzie
jij herziet
hij/zij/het herziet

ik herzie
jij herziet
hij/zij/het herziet
» meer vervoegingen van herzien

bewonderen, opzien, opkijken {ww.}
bewonderen
opzien
opkijken {ww.}

ik bewonder
jij bewondert
hij/zij/het bewondert

ik bewonder
jij bewondert
hij/zij/het bewondert
» meer vervoegingen van bewonderen

omkijken {ww.}
omkijken {ww.}

ik kijk om
jij kijkt om
hij/zij/het kijkt om

ik kijk om
jij kijkt om
hij/zij/het kijkt om
» meer vervoegingen van omkijken

kijken, bekijken, kijken naar, blikken, toezien, toekijken, schouwen {ww.}
kijken
bekijken
kijken naar
blikken
toezien
toekijken
schouwen {ww.}

ik bekijk
jij bekijkt
hij/zij/het bekijkt

ik kijk
jij kijkt
hij/zij/het kijkt
» meer vervoegingen van kijken

Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!
Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!
Laten we TV kijken.
Laten we TV kijken.
nakijken, naogen {ww.}
nakijken
naogen {ww.}

ik kijk na
jij kijkt na
hij/zij/het kijkt na

ik kijk na
jij kijkt na
hij/zij/het kijkt na
» meer vervoegingen van nakijken

Jij moet je hoofd laten nakijken.
Jij moet je hoofd laten nakijken.
controleren, nakijken, toezien, surveilleren, checken, aflezen {ww.}
controleren
nakijken
toezien
surveilleren
checken
aflezen {ww.}

ik lees af
jij leest af
hij/zij/het leest af

ik controleer
jij controleert
hij/zij/het controleert
» meer vervoegingen van controleren

Je moet je ogen laten controleren.
Je moet je ogen laten controleren.
Ik wilde net mijn e-mail gaan controleren.
Ik wilde net mijn e-mail gaan controleren.
inkijken {ww.}
inkijken {ww.}

ik kijk in
jij kijkt in
hij/zij/het kijkt in

ik kijk in
jij kijkt in
hij/zij/het kijkt in
» meer vervoegingen van inkijken

spieken, afkijken {ww.}
spieken
afkijken {ww.}

ik kijk af
jij kijkt af
hij/zij/het kijkt af

ik spiek
jij spiekt
hij/zij/het spiekt
» meer vervoegingen van spieken

Jim was tijdens het examen betrapt op spieken.
Jim was tijdens het examen betrapt op spieken.
Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.
Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.
aankijken, aanblikken {ww.}
aankijken
aanblikken {ww.}

ik blik aan
jij blikt aan
hij/zij/het blikt aan

ik kijk aan
jij kijkt aan
hij/zij/het kijkt aan
» meer vervoegingen van aankijken

inkijken, inzage nemen van {ww.}
inkijken
inzage nemen van {ww.}

ik kijk in
jij kijkt in
hij/zij/het kijkt in

ik kijk in
jij kijkt in
hij/zij/het kijkt in
» meer vervoegingen van inkijken