Vertaling van treffend
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
treffend {bw.}
treffend {bw.}
treffend {bw.}
treffend {bw.}
frappant, in het oog vallend, opvallend, treffend {bn.}
frappant
in het oog vallend
opvallend
treffend {bn.}
in het oog vallend
opvallend
treffend {bn.}
geprononceerd, juist, raak, snedig, treffend {bn.}
geprononceerd
juist
raak
snedig
treffend {bn.}
juist
raak
snedig
treffend {bn.}
sprekend, treffend {bn.}
sprekend
treffend {bn.}
treffend {bn.}