Vertaling van geprononceerd
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
geprononceerd, juist, raak, snedig, treffend {bn.}
geprononceerd
juist
raak
snedig
treffend {bn.}
juist
raak
snedig
treffend {bn.}
overduidelijk, evident, flagrant, geheid, geprononceerd, manifest, onfeilbaar, onloochenbaar, onmiskenbaar, palpabel, uitgesproken, zonneklaar {bn.}
overduidelijk
evident
flagrant
geheid
geprononceerd
manifest
onfeilbaar
onloochenbaar
onmiskenbaar
palpabel
uitgesproken
zonneklaar {bn.}
evident
flagrant
geheid
geprononceerd
manifest
onfeilbaar
onloochenbaar
onmiskenbaar
palpabel
uitgesproken
zonneklaar {bn.}