Vertaling van geheid
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
rammeien, rammen, heien {ww.}
rammeien
rammen
heien {ww.}
rammen
heien {ww.}
ik heb geheid
jij hebt geheid
hij/zij/het heeft geheid
ik heb gerammeid
jij hebt gerammeid
hij/zij/het heeft gerammeid
» meer vervoegingen van rammeien
heien {ww.}
heien {ww.}
ik heb geheid
jij hebt geheid
hij/zij/het heeft geheid
ik heb geheid
jij hebt geheid
hij/zij/het heeft geheid
» meer vervoegingen van heien
overduidelijk, evident, flagrant, geheid, geprononceerd, manifest, onfeilbaar, onloochenbaar, onmiskenbaar, palpabel, uitgesproken, zonneklaar {bn.}
overduidelijk
evident
flagrant
geheid
geprononceerd
manifest
onfeilbaar
onloochenbaar
onmiskenbaar
palpabel
uitgesproken
zonneklaar {bn.}
evident
flagrant
geheid
geprononceerd
manifest
onfeilbaar
onloochenbaar
onmiskenbaar
palpabel
uitgesproken
zonneklaar {bn.}
heien {ww.}
heien {ww.}
ik heb geheid
jij hebt geheid
hij/zij/het heeft geheid
ik heb geheid
jij hebt geheid
hij/zij/het heeft geheid
» meer vervoegingen van heien