Vertaling van duidelijk

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
duidelijk, helder, klaar, uitgesproken, zuiver {bn.}
duidelijk
helder
klaar
uitgesproken
zuiver {bn.}
duidelijk, helder, klaar {bw.}
duidelijk
helder
klaar {bw.}
begrijpelijk, bevattelijk, duidelijk, vanzelfsprekend {bn.}
begrijpelijk
bevattelijk
duidelijk
vanzelfsprekend {bn.}
net, duidelijk {bn.}
net
duidelijk {bn.}
blijkbaar, duidelijk, klaarblijkelijk {bw.}
blijkbaar
duidelijk
klaarblijkelijk {bw.}
apert, duidelijk, evident, kennelijk, klaarblijkelijk, uitgesproken {bn.}
apert
duidelijk
evident
kennelijk
klaarblijkelijk
uitgesproken {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Duidelijk.

Duidelijk.

Duidelijk.

Duidelijk.

Spreek langzaam en duidelijk.

Spreek langzaam en duidelijk.

Spreek alsjeblieft zo duidelijk mogelijk.

Spreek alsjeblieft zo duidelijk mogelijk.

Hij maakte zijn bedoeling duidelijk.

Hij maakte zijn bedoeling duidelijk.

Je hebt het duidelijk mis.

Je hebt het duidelijk mis.

Hij verklaarde zijn redenen duidelijk.

Hij verklaarde zijn redenen duidelijk.

Zijn uitleg is niet duidelijk.

Zijn uitleg is niet duidelijk.

Ik heb een duidelijk bewijs.

Ik heb een duidelijk bewijs.

Spreek duidelijk en laat jezelf horen.

Spreek duidelijk en laat jezelf horen.

Hij is duidelijk niet zo'n soort persoon.

Hij is duidelijk niet zo'n soort persoon.

Het was duidelijk dat ze gelogen hadden.

Het was duidelijk dat ze gelogen hadden.

Druk jezelf zo duidelijk mogelijk uit.

Druk jezelf zo duidelijk mogelijk uit.

Haar angst was voor iedereen duidelijk.

Haar angst was voor iedereen duidelijk.

Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.

Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.