Vertaling van treinen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
treinen, sporen {ww.}
treinen
sporen {ww.}
sporen {ww.}
ik spoor
jij spoort
hij/zij/het spoort
ik trein
jij treint
hij/zij/het treint
» meer vervoegingen van treinen
trein (mv. treinen), tros {zn.}
trein (mv. treinen)
tros {zn.}
tros {zn.}
Hier komt de trein!
Hier komt de trein!
De trein was ontspoord.
De trein was ontspoord.
trein {zn.}
trein {zn.}
De trein is in aantocht.
De trein is in aantocht.
Welke trein gaat ge nemen?
Welke trein gaat ge nemen?