Vertaling van uitsnijden
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitsnijden {ww.}
uitsnijden {ww.}
ik zal uitsnijden
ik zou uitsnijden
jij zult uitsnijden
ik zal uitsnijden
ik zou uitsnijden
jij zult uitsnijden
» meer vervoegingen van uitsnijden
uitsnijden, uitwerken {ww.}
uitsnijden
uitwerken {ww.}
uitwerken {ww.}
ik zal uitsnijden
ik zou uitsnijden
jij zult uitsnijden
ik zal uitsnijden
ik zou uitsnijden
jij zult uitsnijden
» meer vervoegingen van uitsnijden
wegsteken, uitsnijden {ww.}
wegsteken
uitsnijden {ww.}
uitsnijden {ww.}
ik zal uitsnijden
ik zou uitsnijden
jij zult uitsnijden
ik zal wegsteken
ik zou wegsteken
jij zult wegsteken
» meer vervoegingen van wegsteken