Vertaling van uitstrijken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitstrijken {ww.}
uitstrijken {ww.}
ik zal uitstrijken
ik zou uitstrijken
jij zult uitstrijken
ik zal uitstrijken
ik zou uitstrijken
jij zult uitstrijken
» meer vervoegingen van uitstrijken
uitstrijken, gladstrijken, effenen, gladmaken, banen {ww.}
uitstrijken
gladstrijken
effenen
gladmaken
banen {ww.}
gladstrijken
effenen
gladmaken
banen {ww.}
ik zal banen
jij zult banen
hij/zij/het zal banen
ik zal uitstrijken
jij zult uitstrijken
hij/zij/het zal uitstrijken
» meer vervoegingen van uitstrijken
verstrijken, wrijven, uitwrijven, smeren, uitstrijken, uitsmeren {ww.}
verstrijken
wrijven
uitwrijven
smeren
uitstrijken
uitsmeren {ww.}
wrijven
uitwrijven
smeren
uitstrijken
uitsmeren {ww.}
ik zal smeren
ik zou smeren
jij zult smeren
ik zal verstrijken
ik zou verstrijken
jij zult verstrijken
» meer vervoegingen van verstrijken
Zout in iemands wonden wrijven.
Zout in iemands wonden wrijven.
Zoals een boom bij het verstrijken van de tijd
Zoals een boom bij het verstrijken van de tijd